maandag, 04 januari 2010

Voorstelling van het boek: Vissersvrouwen

Als je op Google het woord ‘vissersvrouw’ ingeeft, dan kom je op de websites terecht van heel wat kuststeden en –gemeenten, van noord tot zuid, die hun monument voorstellen van een vrouw met kap en mantel die bedroefd in de verte staart. Je komt terecht in musea die schilderijen bezitten met de klassieke afbeelding van bezorgde vissersvrouwen die op een duintop met angstige blik de horizon afturen, met kinderen die "krijsend" aan hun rokken hangen. Vissersvrouwen die angstig bidden als de stormwinden om het huis gieren, terwijl manlief nog op zee verkeert... Beelden en afbeeldingen: voer voor folklore, de charmezangers en zondagsschilders?Als je verder blijft googelen op dat woord blijft ge op uw honger zitten. Zelden komt een vissersvrouw zelf aan bod en aan het woord, laat staan een vlaamse vissersvrouw.Vandaag wordt deze leegte ingevuld! We krijgen een boek in handen van een gros bladzijden waarin Katrien Vervaele de ‘Oral History’-methode toepast, de mondeling overgeleverde geschiedenis, waarbij ze met gepaste vragen weet door te dringen tot in de geest en het hart van vrouwen, die zeer open en eerlijk vertellen hoe ze het leven met een visser beleven thuis in het gezin en als hij op zee is. Vrouwen waar we naar opkijken. Ik had de eer als eerste het script te lezen, en ik moet zeggen: het leest als een trein. Het is maritieme antropologie zonder de pretentie te hebben wetenschappelijk te zijn. Je voelt dat de interviews intenser werden naarmate het gesprek verliep. Ze konden het eens kwijt, alles wat al jaren op hun lever lag, maar ook datgene wat van hen fiere vrouwen heeft gemaakt. Dat heeft dan weer te maken met de gemoedelijke en innemende sfeer die de interviewster bereikt heeft en uiteraard ook aan de aard van de gestelde vragen. Het is het doorleefd relaas van een menselijk fenomeen in de visserij: de bemanning aan de wal en aan de haard’. De roeping van een vissersvrouw bestaat erin een ‘accordeonvrouw’ te worden en te zijn.De term komt van de Vlaamse kinder- en jeugdpsychiater Theo Compernolle die aan de Vrije Universiteit Amsterdam werkt en zijn aandacht heeft toegespitst op het fenomeen. Met accordeon-vrouw bedoelt hij dat als de visser op zee zit, de vrouw ‘alle’ rollen op zich neemt, ook die van de man. Komt de visser terug aan wal, dan krimpen ze weer in. Uit onderzoek blijkt dat de invloed van de vader niet alleen speelt als hij lijfelijk thuis aanwezig is. Er is de invloed van de vader via de moeder. De moeder die de moeder- èn vaderrol vervult. Ik heb als directeur van de Vrije Visserijschool die moeders leren kennen die aan hun ‘stoute’ kinderen dreigden met: ‘wacht maar tot vader thuiskomt’.De moeder kreeg de autoriteit van de vader.Na enkele bladzijden kom je als lezer al tot het besef, iets wat we al lang weten: dat het leven van een vissersvrouw van toen en nu niet gemakkelijk is en dat haar rol vroeger àchter, en tegenwoordig ‘naast’ de visser van uitzonderlijk belang is. Ik heb geleerd dat de positieve ingesteldheid van de vrouw-aan-de- wal automatisch een gunstige weerslag heeft op het gedrag van haar man op zee. Of met andere woorden: ‘geen goeie vissers zonder goeie vissersvrouwen’.Het boek is, al was niet de eerste bedoeling, een sociologische maritieme studie die vertrekt van de vraag: vertel me hoe je het leven als vissersvrouw beleeft. Leg uit dat je leven als vissersvrouw is zoals het is? Het wordt ook stilaan duidelijk dat ook zij het niet altijd weten. Misschien omdat de essentie van het menselijk leven juist bestaat uit ‘het niet weten’. Ik ben sinds 1983 aan de visserij verbonden en heb me al altijd de vragen gesteld zoals: Waarom toch, als zeer jong meisje, met een visser verkeren, waar je ouders al tegen zijn, waarbij je in bepaalde gevallen zwanger geraakt?Waarom de liefde en de relatie verder zetten als je op voorhand weet dat je een leven tegemoet gaat waarin man- of vriendlief lag van huis is; dat je meestal alleen zult instaan voor de opvoeding van de kinderen en momenten van eenzaamheid moet bevechten, dat de zee, zijn werkterrein, onberekenbaar is en blijft, van een platte spiegel plots kan omslaan in een kolkende kuip water, dat er ongelukken kunnen gebeuren op die varende bedrijven, wat ze zijn, waar de draak van de gewoonte steeds op de loer ligt? Waarom kiezen voor een leven waarop je bij elke afvaart voor een zeereis opnieuw afscheid moet nemen en in bepaalde gevallen op de kaai geweerd wordt en het je jaren zal duren om het ‘wachten op…’ gewoon te worden? Het antwoord op al die vragen is, dat het hen in de genen zit. Het is een archetype. Carl Gustav Jung, een van de grondleggers van de psychiatrie is van mening dat we de beelden die we geërfd hebben van onze voorouders, van ons voorgeslacht, overdragen op de volgende generaties. We krijgen niet alleen de fysieke kenmerken (zoals het kleur van het haar en de ogen) en karaktertrekken (driftig of rustig) mee, maar niet in het minst de ‘overlevingsmechanismen’ van onze voorouders. Vissers hebben in bepaalde sociale toestanden altijd overlevingsstrategieën moeten ontwikkelen om zich staande te houden in het leven. Dat is nu niet anders! Het is die struggle for live die van vissersgemeenschappen gesloten gemeenschappen maakte waarin iedereen op iedereen was aangewezen, waarin schoonmoeders en schoondochters elkaar onvoorwaardelijk steunden en ondersteunden. De vrouwen begrepen het best de strijd van hun man om brood op de plank. Vissersvrouwen in families van generaties vissers hebben dat in de genen. Tegenwoordig bestaat de besloten vissersgemeenschap al lang niet meer. Die sterke sociale controle van de vissersfamilies is weg.We zien dat vele jonge vissersvrouwen die niet uit traditionele vissersfamilies komen het zo moeilijk hebben, het zit hen niet in de genen! Sommigen houden vol, anderen niet. Ik vind het jammer, maar helaas… dat vele jonge vissersvrouwen zichzelf niet de tijd geven om het in de genen te krijgen en het door te geven. Er is veel leed in jonge gezinnen omdat de vrouw er alles aan doet om de man uit zee te houden. Dat is tegen zijn natuur! Het resultaat is dan meestal dat men de scherven van een gebroken relatie blijft zitten. Brenda (vrouw van Johan Hennaert, rederij ‘de Hoop’) beseft waarschijnlijk niet (maar vanaf nu wél), hoe ze voor mij model staat als vrouw die niet uit het vissersmilieu stamt, Johan zeer jong leerde kennen op een camping in Frankrijk, en uitgegroeid is tot een waardige vissersvrouw (zelfs Oostends spreekt). Interessant en leerzaam aan het boek is ook: dat de afstand in leeftijd van de geïnterviewden, de verschuivingen en de evolutie blootleggen die zich in de visserij hebben voorgedaan.Om er een paar te noemen:-Evolutie in de communicatie: vroeger kon alleen de man telefoneren en zijn vrouw geruststellen. Nu kan men mekaar beter bereiken en horen, afspreken en overleggen.-De vaartuigen, zowel in de bootsjouwerie als in de grote vaart, zijn steeds beter uitgerust door modernere technologieën; het verblijf aan boord werd confortabeler. Om een sprekend voorbeeld te geven: weet ge dat men slechts in de 60-iger jaren jaren een WC aan boord had… en dan nog slechts een plank met een gat in op een klein vatje (och here toch da gatje), ergens vooraan weggestoken op het schip, onder de bak en als ge er op zat kon de deur niet toe?Tenslotte is er die rode draad in gans het boek: de religieuze beleving ‘op zijn vissers’. Mijn voorganger, Jan corneillie zei bij mijn benoeming. Je moe schone de vissersmessen doen want te moar no da en begravingen da ze komen. ‘Je moe ze laten doen…want ‘t komt van hèl diepe.’ Kijk, daar zijn die genen terug!Het geloof van een vissersvrouw is dat van Jezus’ leerlingen op het meer waar het stormt. Een geloof dat soms uit noodzaak wordt geboren, groeit naar godsvertrouwen dat hen innerlijk op de koers houdt als een kompas, als een rustpunt te midden van verontrusting en zorgen.Het geloof van vissers beweegt zich heel uitdrukkelijk tussen twee bewegingen: het tremendum (beven uit angst) en het fascinosum (het aangetrokken worden) Eigenlijk zijn het twee bewegingen die diep in ons aanwezig zijn. Alles wat heilig is, is geweldig boeiend, het heeft een enorme aantrekkingskracht. Maar van de andere kant heeft het ook iets van een druk, een last die soms ondraaglijk wordt. De zee is geweldig boeiend, aantrekkelijk en men voelt er zich toe geroepen, maar voor de zee is men ook bang, en terecht. Dit vertaalt zich ook heel duidelijk in de namen van heiligen die schepen kregen, in de namen van kinderen uit de familie (Jasmine)Ik heb als aalmoezenier al heel wat drama’s meegemaakt en gezocht naar antwoorden dat je op het seminarie niet leert. Ik heb eens slaag (letterlijk) gekregen van een redersvrouw, vergezeld van veel godvermiljaars toen ik slecht nieuws bracht en heb later de kracht van haar geloof gezien die ze recht hield tot op hoge leeftijd. In de visserij is het gelukkig niet altijd kommer en kwel. Ik heb ook al heel wat plezante momenten mogen meemaken bij dopen en huwelijken, waar het uiteindelijk ook de vrouwen zijn die het voor het zeggen hebben. Ten slotteMisschien zal bij buitenstaanders de vraag opgekomen zijn of vissersvrouwen dan hun lot beklagen? Eigenlijk niet, nee. Heel wat vissersvrouwen gaan prat op hun onafhankelijkheid en sommigen met de jaren zó zelfstandig leren leven, dat ze het verdraaid moeilijk krijgen als manlief zijn oliegoed definitief aan de kapstok hangt. Maar ook dàn is hun rol van vissersvrouw nog niet uitgespeeld.Beste Katrien, gefeliciteerd met je prachtig en waardevol boek. Feliciaties aan alle vrouwen die hebben meegewerkt en hun hart blootlegden. Ook aan de heer Wouter Rawoens voor de prachtige foto’s en uiteraard aan de medewerkers van de uitgeverij voor deze verzorgde uitgave.Aalmoezenier

Gepost door aalmoezenier ter zee | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

De commentaren zijn gesloten.