woensdag, 14 december 2016

Wat doen de visserijministers met de wetenschappelijke quota-aanbevelingen voor 2017?

images.jpg

In de marge van de onderhandelingen die Vlaams minister Joke Schauvliege met haar Europese collega’s voert over de visquota voor 2017, worden openlijk vragen gesteld bij de politieke beslissing om de visquota systematisch hoger te leggen dan de wetenschappelijk aanbevolen hoeveelheid. “Dat advies is namelijk al een compromis, dus waarom moeten ministers dan nog eens wat peper en zout op dat voorstel doen?”, aldus marien bioloog Filip Volckaert (KU Leuven). 

In de wateren waar onze Vlaamse vissers vis boven halen zwemt vandaag nog slechts een fractie van wat er ooit gezwommen heeft. Europese visquota slaagden erin om de kaalslag een halt toe te roepen en voor sommige populaties zelfs om te keren. Over die quota wordt door de Europese visserijministers onderhandeld met als leidraad het concept van ‘maximale duurzame opbrengst’, waarbij rekening gehouden wordt met de regeneratiecapaciteit van de vispopulaties. Wat daarbij opvalt is dat de wetenschappelijk vastgestelde visquota steeds weer overschreden worden door de uiteindelijke politieke beslissing.

Ook al liepen de afwijkingen vroeger op tot meer dan 30 procent, toch begrijpt marien bioloog Filip Volckaert (KU Leuven) niet waarom er überhaupt nog van het wetenschappelijk advies wordt afgeweken. “Dat advies is namelijk al een compromis”, aldus Volckaert. “In het Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries (STECF) worden de wetenschappelijke voorstellen besproken met de industrie, de vissers en de natuurbeschermers. Dat werkt heel goed. Waarom moeten de ministers dan nog eens wat peper en zout op dat voorstel doen?”

Niet voor de vissers, redeneert Volckaert: “Zij zijn op dat moment al gehoord. Op lange termijn zijn zij meer dan wie ook gebaat bij stabiele vispopulaties. Ze moeten vissen zoals een spaarder die zijn kapitaal intact houdt en alleen de rente opdoet. Minister Schauvliege zou een mooi voorbeeld stellen als ze er vandaag in Luxemburg voor zou pleiten komaf te maken met dat jaarlijkse opbod tussen ministers.”

Dat er een probleem is met de manier waarop sommige Europese landen jaarlijks hun visquota optrekken, erkent ook Hans Polet van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). “Toch is België zeker niet de slechtste leerling”, aldus Polet. “Als je bijvoorbeeld naar de vangst van tong in de Ierse Zee kijkt, dan stel je vast dat die tong bijvangst was. Om die bijvangst aan land te brengen zonder de quota te overschrijden, is het noodzakelijk dat het quotum niet nul is. In 2016 was het quotum 70 ton op een totale populatie van 1.000 ton. Omdat de populatie toeneemt, kunnen we veronderstellen dat dat streng genoeg was.”

“Een voorzichtig herstel van een populatie betekent nog altijd niet dat alles onder controle is”, aldus nog Volckaert. “De vispopulaties zijn in onze wateren herleid tot zo'n 15 procent van wat ze ooit waren. Daarmee zijn ze nog altijd heel kwetsbaar. Quota moeten daar rekening mee houden. Die afwijkingen overtreden het voorzorgsprincipe en zijn dus geen goede regelgeving.” 

Uit: De Standaard

De commentaren zijn gesloten.