donderdag, 05 januari 2017

Onze Vlaamse vissersvloot is in 15 jaar gehalveerd! De vaartuigen zijn gemiddeld bijna 30 jaar oud!

 

Logo_VLAM.jpgIn opdracht van VLAM berekent marktonderzoeksinstituut GfK het thuisverbruik van de Vlaming. Voor visproducten zou de consumptie op jaarbasis 8,7 kilo bedragen. Daarvan is 4,2 kilo verse vis en week- en schaaldieren, 0,7 kilo gerookte vis en 1,3 kilo diepgevroren vis. De rest komt op rekening van vissalades, vis in bokaal en visbereidingen. Zalm en kabeljauw waren in 2015 samen goed voor 49 procent van de verkoop van verse vis, exclusief schaal- en weekdieren. In vergelijking met 2008 is het thuisverbruik van visproducten gevoelig afgenomen. Per capita slinken de visaankopen met maar liefst 18 procent.

Vis en zeevruchten vinden hun weg naar de consument via groot- en kleinhandelszaken, horeca en voedingsdiensten (b.v. bedrijfscafetaria). Klassieke supermarkten verkopen het meeste vis, gevolgd door hard discounters, visspeciaalzaken en buurtwinkels.

De visveilingen in Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort en de verwerkende industrie zijn belangrijke tussenschakels. Verspreid in ons land zijn 271 bedrijven actief die aan visverwerking doen. De grootste concentraties bevinden zich rond de visveilingen in Zeebrugge en Oostende en in de regio rond Brussel. Voor 68 bedrijven is visverwerking de hoofdactiviteit, voor 203 bedrijven een nevenactiviteit. De sector is vooral afhankelijk van geïmporteerde vissoorten en minder van lokale aanvoer.

Uit cijfers van Eurostat blijkt duidelijk dat België een netto-importeur is van visserijproducten. De invoerwaarde in 2015 bedroeg 1,8 miljard euro. De uitvoer klokt af op 974 miljoen euro. Het Belgische handelstekort voor vis(producten) bedraagt dus 829 miljoen euro. Voor de Belgische vissers spelen de veilingen een essentiële rol in de afzet. In Zeebrugge, Nieuwpoort en Oostende beschikt de vloot over aanlegplaatsen, haven- en veilinginfrastructuur.

visserij+schip.JPG

Eind 2015 bestond de zeevisserijvloot uit 76 commerciële vaartuigen waarvan er een dertigtal in Nederlandse handen zijn. Daarvan behoren 35 vaartuigen tot het grote vlootsegment en 41 vaartuigen tot het kleine vlootsegment. Uitgedrukt in motorvermogen (80%) en tonnage (77%) is de gezamenlijke capaciteit van de grote vaartuigen beduidend hoger.

Het kleine vlootsegment bestaat voornamelijk uit kustvissers en eurokotters. Kustvissers zijn vaartuigen met een vermogen van maximum 221 kW die wettelijk hoogstens 48 uur aansluitend op zee mogen zijn. Ze zijn vooral gericht op de garnalenvangst. Eurokotters zijn polyvalente boomkorvaartuigen die tot 24 meter lang zijn, maximaal 221 kW vermogen hebben en een tonnenmaat van meer dan 70 BT. Ze zijn specifiek gebouwd om binnen de twaalfsmijlzone te varen. Daarmee kan op tong, pladijs en garnaal gevist worden.

De meeste grote vissersboten hebben een vermogen tussen 662 en 1.200 kW en zijn gespecialiseerd in de vangst van platvissen, voornamelijk tong en pladijs. Een doorsnee Belgisch vissersvaartuig is erg oud, gemiddeld 28,5 jaar. Vooral de romp van de vaartuigen is sterk verouderd. Tot voor enkele jaren werden de motoren nog wel vernieuwd, maar die tendens is nagenoeg stilgevallen.

De commentaren zijn gesloten.