donderdag, 27 juli 2017

De Britse regering stapt uit de visserij-conventie van 1964 voor de Brexit

maxresdefault.jpg

De Britse regering heeft zondag aangekondigd dat ze uit de conventie van Londen van 1964 over visserij stapt.
Dat internationaal akkoord verleent schepen uit onder meer België toegang tot een deel van de Britse territoriale wateren.
 
Voor Emiel Brouckaert, directeur van de Belgische Rederscentrale, is het sinds de uitslag van het Brexit-referendum duidelijk dat een dergelijke aankondiging er zat aan te komen. "Het gaat om de helft van onze omzet die zo getroffen kan worden", zegt hij. "We beseffen dat de visserij niet het belangrijkste thema is in de Brexit-onderhandelingen, maar zullen de komende dagen en weken van ons laten horen."
 
Naar de geest van de Brexit zal Londen dus uit het akkoord stappen. "Dit is een eerste historische stap naar een nieuw nationaal visserijbeleid nu we uit de Europese Unie stappen", verklaarde minister Michael Gove. "Dit betekent dat we voor de eerste keer in 50 jaar zullen kunnen beslissen wie toegang krijgt tot onze wateren." Het akkoord uit 1964, nog voor de Britse toetreding tot de EU in 1973, laat vissers uit Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Duitsland, Ierland en Nederland toe te vissen in de zone tussen 6 en 12 nautische mijl voor elkaars kusten. Het akkoord gaat verder dan de Europese regels, waarbij dit pas mogelijk is vanaf 12 nautische mijl.
 
Door het akkoord op te zeggen, kunnen vissers uit de vijf andere landen dus niet meer vissen in die zone voor de Britse kust. Anderzijds verliezen de Britse vissers dat recht voor de kust van de vijf andere landen. Maandag begon een twee jaar durende opzegperiode. De plannen van de Britse regering om het visserijverdrag van 1964 op te zeggen, komen niet bepaald als een verrassing voor de Rederscentrale. Directeur Emiel Brouckaert legt aan persagentschap Belga uit dat de helft van de omzet van de Belgische visserij op het spel staat. Volgens de Britten vingen Franse, Belgische, Duitse, Ierse en Nederlandse vissers in 2015 zowat 10.000 ton vis binnen 12 zeemijl.
 
Sinds de uitslag van het Brexit-referendum heeft de visserijsector over de landsgrenzen heen de handen in elkaar geslagen om het belang van de visserij duidelijk te maken aan de Brexit-onderhandelaars. De alliantie telt nu al acht leden, en met Portugal heeft zich onlangs een negende land aangediend. In een reactie aan onder meer Reuters heeft de Europese Commissie laten weten dat het "nota neemt" van de Britse beslissing. Tegelijk geeft de Commissie aan dat ze van mening is dat het verdrag vervangen werd door de Europese wetgeving.
 
Europarlementslid voor N-VA Sander Loones zegt dat de Britten het best niet al te hard spelen. De Britse visserijsector is immers sterk afhankelijk van de EU-markt. "Vis vangen is één iets, uw vis verkocht krijgen, is nog iets anders", zegt Loones. "Als de Britten hun vis aan ons willen blijven verkopen, ontketenen ze best geen nieuwe kabeljauw-of makreeloorlog". Ook diens collega Tom Vandenkendelaere, Europarlementslid voor CD&V, uitte reeds bij herhaling zijn bezorgdheid omtrent de impact van de Brexit op de visserijsector. "Zo goed als alle zeetong die op ons bord komt, is gevist in Britse wateren. De Brexit mag onze vissers niet extra straffen", laat hij via Twitter weten.

Gepost door aalmoezenier ter zee in Apostolaat ter Zee, Bisdom Brugge, informatief, Maritiem Onderwijs, Pedagogisch, sociale problemen, zeevisserijsector | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

De Noordzee is niet langer overbevist... door een streng quotabeleid en de afbouw van de vissersvloot.

De Internationale Raad voor Onderzoek naar de Zee (ICES), gevestigd in de Deense hoofdstad Kopenhagen, maakt elk jaar schattingen van de grootte van de bestanden van vooral commerciële vis. Dat gebeurt op basis van tellingen van vangsten door vissers, van vangsten op onderzoeksschepen en door de huidige aantallen te vergelijken met historische cijfers. Afhankelijk van de soort vis worden die metingen al decennialang uitgevoerd. De soort die al het langst geteld wordt, is de haring (sinds 1947). De bestanden van schelvis en stokvis worden pas sinds de jaren zeventig geteld.

Nog een belangrijk element dat meespeelt in het herstel van het visbestand in de Noordzee, is de afbouw van de vissersvloot. “In 1990 bestond de Belgische vissersvloot nog uit meer dan tweehonderd vissersvaartuigen, nu zijn er nog slechts zeventig”, zegt Hans Polet van onderzoeksinstituut ILVO. “Dezelfde evolutie zien we in Nederland, Denemarken en Engeland. Het is door de quota en de inkrimping van de vloot dat het visbestand zich zo goed kon herstellen en zo gezond is, en dat er nu meer vis kan worden opgehaald”, legt Polet uit.

De overbevissing begon, volgens Polet, vlak na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zeventig werd de haring overbevist. In 1947 zat er 4,9 miljard kilo haring in de Noordzee. Op het dieptepunt in 1977 ging het nog slechts om 103 miljoen kilo. Nu zit er opnieuw ruim 2 miljard kilo haring in de zee. In de jaren tachtig daalde vooral het kabeljauwbestand, en in de jaren negentig de pladijs. “Maar sinds de jaren negentig, met de invoering van de quota, heeft het visbestand zich langzaam hersteld”, zegt Polet.

“Er wordt nu echt wel aan duurzame visserij gedaan”, is Polet overtuigd. “De haring heeft zich iets minder goed hersteld, maar er wordt wel al twintig jaar duurzaam op gevist. Tong doet het ook zeer goed. Bij kabeljauw is het geen zaak van overbevissing, maar van klimaatverandering. Maar ook de kabeljauw is aan de beterhand.” Pladijs en stokvis maakten de grootste remonte. Terwijl er in 1957 350.000 ton pladijs in de Noordzee zat, is dat nu drie keer meer. 

hoe goed of slecht passen de EU-lidstaten de regels toe met betrekking tot de eengemaakte markt ?

haven container.jpgDe Europese Commissie liet de lidstaten recent verstaan dat ze het EU-recht beter dienen na te leven. Specifiek met betrekking tot de regels voor de Europese ééngemaakte markt werkt de Commissie met een scorebord dat een accuraat beeld geeft van de toepassing van de regels. Afhankelijk van hun prestaties in 2016 krijgen de lidstaten een groene, gele of rode kaart waarmee aangeduid wordt hoe ze presteren ten opzichte van het gemiddelde. Alles bij elkaar genomen scoren Oostenrijk, Denemarken, Estland, Litouwen, Malta en Slowakije het best. Het scorebord bevestigt dat België een open-markt-economie is en openstaat voor buitenlandse investeerders, maar op andere vlakken scoren we slechter.

De pijlen geven aan of hun prestaties zijn verbeterd of verslechterd. Daarnaast lees je er ook uit af hoe burgers en bedrijven met behulp van verschillende EU-instrumenten, zoals de portaalsite Uw Europa, geholpen worden of werk vinden in het geval van het Europees portaal voor beroepsmobiliteit (EURES). Tot slot evalueert het scorebord ook in hoeverre de lidstaten sectoren als overheidsopdrachten en postdiensten openstellen en ze voor handel en buitenlandse investeringen openstaan. Op die laatste twee aspecten onderscheidt België zich in positieve zin.

Bekijk het scorebord (en meerdere info) op ;

http://ec.europa.eu/internal_market/scoreboard/

performance_overview/index_en.htm

Gepost door aalmoezenier ter zee | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |