donderdag, 23 november 2017

Het beleid over onze visserijsector in Vlaanderen

     Teveel vissen is niet duurzaam, te weinig vissen is niet rendabel.

 

Het overvalt me telkens dat, als je over de visserij spreekt met mensen die landinwaarts wonen en werken, hoeveel er notie hebben van de complexiteit van regelgeving waarmee onze reders en vissers tegenwoordig geconfronteerd worden. Als je aan velen vraagt vanwaar hun visje komt op hun bord, krijgt het het antwoord: ‘uit de supermarkt.

De romantiek van het naar zee trekken en vissen om ten brode is jammer genoeg aan het wegdeemsteren en dit in steeds versnellend tempo. .

 

Het Belgisch visserijbeleid staat niet op zichzelf. Het wordt bepaald door het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van de Europese Unie. Het is gericht op de instandhouding van de mariene biologische hulpbronnen, zoals vissoorten en schaal- en schelpdieren, en op het beheer van de Europese visserijvloot. Het doel van het Europees GVB is de milieuduurzaamheid op lange termijn in de visserij- en aquacultuuractiviteiten te waarborgen en te zorgen voor positieve economische en sociale effecten voor vissers en de aanpalende bedrijven die van de visvangst afhankelijk zijn kustgemeenschappen. Toch is er voor bepaalde vissoorten sprake van overbevissing. Daardoor komt het visbestand in gevaar, maar ook de visserijsector op vlak van productiviteit. Daarom legt het GVB vangstbeperkingen op om het visbestand op lange termijn in stand te houden. Verder legt het GVB vast in welke gebieden de visserij verboden is teneinde jonge vis en paaivis te beschermen en bepaalt het de normen voor vistuig en de minimumgrootte van gevangen vis. Het is uiteindelijk de Raad van de Europese Unie die, op grond van cijfers en aanbevelingen van de wetenschappers, de vangstmogelijkheden vastlegt evenals de totaal toegestane vangsten (TAC), naargelang de toestand en de productiviteit van de visbestanden. De Totaal Toegestane vangsten worden dan verdeeld. Elke betrokken lidstaat bekomt nationale quota.

 

Doelstellingen voor België

In 1994 kwam er een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten. Het Vlaams Gewest (nogal logisch) is exclusief bevoegd voor zeevisserij. In het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt alleen de sportieve visserij en zoetwatervisteelt (vooral forel) beoefend.

De Belgische vloot werd de afgelopen jaren sterk afgebouwd om de capaciteit (motorvermogen en tonnage) aan te passen aan de vangstmogelijkheden en de rendabiliteit van de sector te verbeteren. België heeft op die manier zijn bijdrage geleverd aan de vermindering van de overcapaciteit van de Europese vloot. De Belgische vloot bestaat uit 65 vaartuigen (waarvan een dertigtal aangekocht en dus eigendom van Nederlanders.  Nederlandse eigendom)die meestal boomkorren gebruiken die geschikt zijn voor de vangst van platvis (tong, schol, tarbot, pladijs…). Uitgedrukt in marktwaarde is tong goed voor een 50% van de totale aanvoer van de Belgische vloot. Verder bestaat de aanvoer uit kabeljauw en 15% schaal- en schelpdieren, vooral garnalen en sint-jakobsschelpen.

 

De visserijgebieden in België bevinden zich voornamelijk in de Noordzee, in het Kanaal, in de Ierse Zee, in de Keltische Zee en (in mindere mate) in de Golf van Biskaje. De totale aanvoer bedraagt ongeveer 20.000 ton. De vangsten worden in België voor het leeuwendeel gelost in de havens van Zeebrugge (55%) en Oostende (25%), de rest voornamelijk in Nederland (15%).

Met de hervorming van het GVB in 2014 zijn er begrenzingen vastgelegd van de vangst hoeveelheden om de soorten te beschermen tegen uitroeiing of mooier gezegd, overbevissing.

Tussen 2015 en 2020 moet de duurzaamheid van alle vissoorten geleidelijk worden bereikt. Men noemt dit een maximale duurzame opbrengst (MDO) . Teveel vissen is niet duurzaam, te weinig vissen is niet rendabel. De MDO is het beste instrument om de visserij zowel duurzaam als rendabel te maken.

Een andere verworvenheid van de hervorming van het GVB is de geleidelijke afschaffing van de teruggooi in zee, die erin bestaat ongewenste bijvangsten overboord te gooien. Het verbod op teruggooi gaat samen met de invoering van de aanlandingsverplichting van de gevangen vis. Het is immers zo dat ongeveer 25% van de gevangen vis wordt teruggegooid, maar dat hun overlevingskans zeer klein is (wat onze vissers ontkennen. Bijvangsten kunnen bestaan uit vissen van te kleine afmetingen of uit soorten waarvan de vangst verboden is of waarvoor vangstbeperkingen gelden. Om dit soort verspilling tegen te gaan, wordt tussen 2015 en 2019 de verplichting ingevoerd om alle gevangen vis aan land te brengen, behalve wanneer het soorten betreft waarvan de vangst verboden is en de soorten worden gekenmerkt door een hoge overlevingskans na de teruggooi. Op basis van de vaststelling dat een bepaald percentage teruggooi onvermijdelijk is, is België voorstander van de ontwikkeling van selectievere vistuigen en de toepassing van vistechnieken waarbij teruggooi zoveel mogelijk beperkt blijft.

Daarenboven heeft België recht op middelen uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij dat voor de periode 2014-2020 over een budget van 6,4 miljard euro beschikt. Met deze middelen kan ons land jonge reders en aquacultuurproducenten helpen en de toepassing van alternatieve en milieuvriendelijke vistechnieken stimuleren.

Op internationaal niveau steunt België het engagement van de Europese Unie om Illegale, Onaangegeven en Ongereglementeerde visserij (IOO) te bestrijden.

IOO-visserij vormt een ernstige bedreiging voor de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in oceanen en zeeën overal ter wereld en heeft ook ernstige nadelige gevolgen op sociaal en economisch gebied voor vissers die zich wel aan de regels houden. IOO-visserij vormt naar schatting 15% van de visvangst wereldwijd. De Europese Unie publiceert ook een zwarte lijst van vaartuigen en niet-meewerkende landen en legt sancties op aan overtreders.

Moge bovenstaande info wat meer inzicht bieden wat onze vissers beogen en waarmee ze af te rekenen hebben... als wat Europa oplegt realistisch is.

vrijdag, 03 november 2017

Hoe zit het nu eigenlijk!!! Zijn sleepnetten nu goed of slecht voor de visvangst???

Het aantal dieren in de Noordzee is de afgelopen 25 jaar flink achteruitgegaan, zo blijkt uit een rapport van het Wereld Natuur Fonds over biodiversiteit (periode 1990-2015), waarvoor het Nederlandse statistisch instituut CBS berekeningen heeft gedaan. De daling is vooral te wijten aan de teruggang van het zeebodemleven, zoals schelpdieren, kreeftachtigen en zee-egels, dat te lijden had van de boomkorvisserij. Het aantal zeevissen en zeevogels veranderde in deze periode niet of nauwelijks.

De ongeveer 140 soorten dieren die in de Noordzee voorkomen zijn gemiddeld met meer dan 30 procent afgenomen, zo blijkt uit het rapport. De afname komt voor een belangrijk deel op het conto van de boomkorvisserij. Deze methode, waarbij sleepnetten met kettingen over de zeebodem worden getrokken, is weliswaar op zijn retour, maar er is er nog geen herstel. Een andere belangrijke oorzaak is de klimaatverandering, waardoor opgroeiende vissen op jongere leeftijd wegtrekken.

boomkorvisserij1.jpg

In Belgische wateren vist het gros van de vissersvloot met de boomkor. Gezien de impact ervan op het bodemleven en het hoge brandstofgebruik, wordt er gezocht naar alternatieven. Eén daarvan is pulsvissen. Daarbij wordt het schrikeffect van de kettingen vervangen door elektrische stimulatie door elektrodes die in de netopening gehangen worden. Deze produceren elektrische pulsen die een garnaal doet opspringen of tong doet verkrampen waardoor deze ook zonder kettingen gevangen kunnen worden. Dit resulteert in een vermindering van bijvangst, bodemimpact en brandstofverbruik. In de Noordzee maken al bijna 100 vaartuigen, voornamelijk Nederlandse, gebruik van elektrische stimulatie.

In de Oosterschelde en Westerschelde is het beeld anders dan in de Noordzee. Daar boekte het dierenleven over de hele linie een lichte vooruitgang. In de Waddenzee, waar de mechanische kokkelvisserij is gestopt, en aan de kust is geen sprake van achteruitgang. De toename van de bruinvis in het Nederlandse deel van de Noordzee komt vooral doordat ecosystemen elders veranderen.

De klimaatverandering heeft een groot impact op de Belgische tongpopulatie!

Door de opwarming van de aarde zullen in sommige gebieden in de Noordzee meer larven van de tong aankomen. Er zijn echter lokale verschillen. Zo zal er een sterke afname zijn van het aantal larven in de Belgische gebieden. Nochtans is de tong een zeer belangrijke vissoort voor de Belgische visserij. Dat blijkt uit een studie van de KU Leuven en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

De tong is een platvis met een hoge economische waarde. Volgens het KBIN was de vis de voorbije jaren goed voor 40 procent van de jaarlijkse winst van de Belgische visserij, en is hij daardoor onderhevig aan een sterke visserijdruk. “Om de bestanden van deze soort duurzaam te beheren, is het niet enkel nodig de visserijdruk op te volgen, maar ook om de impact van klimaatverandering op de talrijkheid en verspreiding van tong in rekening te nemen”, zeggen de onderzoekers.

images.jpgTongeieren en larven drijven passief mee met zeestromingen, tot de larven zich vestigen in hun kinderkamers, de zandige moddergebieden met diepte van minder dan 20 meter. Onderzoekers van het KBIN en de KU Leuven bestudeerden de effecten van klimaatverandering op de verspreiding van tonglarven, met focus op de Noordzee. Ze ontwikkelden een model, dat toelaat de verspreiding van tonglarven onder verschillende scenario's van wijzigende watertemperatuur, windrichting en windkracht te simuleren.

"De resultaten tonen aan dat opwarming van het water met twee graden Celsius tegen 2040 zou leiden tot vroeger kuit schieten. Dat zou op zijn beurt de gemiddelde temperatuur die de larven ondervinden, doen afnemen met 9 procent in vergelijking met de huidige situatie" zegt Geneviève Lacroix, hoofdauteur van de studie. "Dit zou de gemiddelde duur van het larvale stadium doen toenemen (+22%), alsook de afstand die de larven afleggen met de zeestromingen (+70%)."

larven_tong.jpg

De studie illustreert verder dat het aantal larven dat zich succesvol kan vestigen, zou toenemen met 9 procent in de hele Noordzee, maar met sterke verschillen tussen de kinderkamers. Voor de Belgische kinderkamers wordt een afname van 58 procent voorspeld, terwijl wordt berekend dat 36 procent meer tonglarven zich zullen vestigen in de Nederlandse kinderkamers.

Europese vissers vrezen dat de Britse wateren na de brexit voor hen gesloten worden.

 

Naamlos.pngVissers uit negen Europese landen die gebruikmaken van de Britse wateren hebben een verklaring ondertekend die de visserij hoog op de agenda moet plaatsen tijdens de onderhandelingen over het Britse vertrek uit de Europese Unie. Zij vrezen immers dat zij na de brexit geen toegang meer zullen krijgen tot de Britse wateren. De negen landen verenigden zich in het platform EUFA (European Fisheries Alliance). Nederland en België zijn voortrekkers van het project.

Volgens de visserijconventie van 1964 mogen Europese vissers binnen zes tot twaalf mijl van de Britse kust vissen. Sinds Groot-Brittannië beslist heeft om zich terug te trekken uit de EU, liet de Britse regering verstaan dat het deze conventie wil beëindigen. Er gaan stemmen op om de Britse wateren af te sluiten voor vissers uit andere landen tot 200 mijl buiten de kust. Als de conventie van 1964 wordt stopgezet, betekent dit ook dat de Britten zelf het recht verliezen om binnen twaalf mijl van de Europese kust te vissen.

Als de Britse wateren na de brexit gesloten blijven voor andere Europese vissers, dan kan dat wel belangrijke gevolgen hebben voor de visserij, niet in het minst voor België. Tussen 2006 en 2015 kwam ongeveer 52 procent van de Belgische vangst uit Britse wateren, goed voor zelfs 59 procent van de omzet. Dat komt omdat er vooral op tong wordt gevist, dat algemeen genomen veel opbrengt.

De gemeenten Urk en Brugge namen daarom het initiatief om samen iets op touw te zetten met de Nederlandse en Belgische havens en vissers, maar dat mondde uiteindelijk uit in EUFA, dat negen Europese landen verenigt. Er werd ook een verklaring opgesteld die afgelopen maandag in het Spaanse Santiago de Compostela werd ondertekend. EUFA en die verklaring moeten de belangen van de visserij behartigen tijdens de onderhandelingen. Meer dan 60 lokale en regionale overheden sloten zich al aan bij die verklaring, waaronder West-Vlaanderen, Nieuwpoort, Zeebrugge, Oostende en Knokke-Heist. De verklaring wordt ook gestuurd naar bevoegd Vlaams minister Joke Schauvliege, samen met een symbolische geknoopte zanddoek.

Volgens de rederscentrale gaan overal stemmen op, ook in Groot-Brittannië, om te opteren voor een "zachte Brexit", maar toch blijft de centrale op haar hoede. "Als de Britse wateren volledig afgesloten worden, dan kan dat nefast zijn voor de Belgische visserij, maar we gaan voorlopig niet uit van een 'worst case scenario'", aldus Emiel Brouckaert van de Rederscentrale. Voorlopig is visserij nog geen item op de onderhandelingstafel, maar de sector wil klaar zijn tegen de start van die onderhandelingen over de relaties met Groot-Brittannië na de brexit eind maart 2019. 

woensdag, 25 oktober 2017

Europese kustgemeenten slaan handen ineen voor toekomst visserij na Brexit

23 oktober 2017

En de Belgische kustgemeenten???

spanje_santiago_de_compostella_pelgrims.jpgVertegenwoordigers van lokale visserijgemeenten en visserijorganisaties uit heel West Europa hebben een gezamenlijke oproep gedaan aan de Europese Commissie en de lidstaten. In hun ‘Declaration of European Fishing Communities’ roepen zij op om de maatschappelijke en economische toekomst van vissers en visserijgemeenten veilig te stellen na de Brexit.

naamloos.png

De officiële tekst van de Verklaring van Santiago de Compostella is te vinden op https://fisheriesalliance.eu

Op maandag 23 oktober is deze oproep ondertekend in Santiago de Compostella, waar de bestuurders op uitnodiging van de regionale overheid van Galicië en de EUFA zijn bijeengekomen. Daaronder zijn vertegenwoordigers uit België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Nederland, Spanje en Zweden. Zij benadrukken het belang van een gemeenschappelijk visserijbeheer ook na Brexit.

 

Declaratie van Europese visserijgemeenschappen

De declaratie van Europese visserijgemeenschappen is vanuit Nederland ondertekend door de gemeenten Sluis, Harlingen, Vlissingen, Middelburg, Goeree Overflakkee, Den Haag, Katwijk, Velsen, Den Helder, Hollands Kroon, Schouwen-Duiveland, Texel, De Marne en Urk. Ook door de provincies Zeeland, Noord-Holland, Flevoland en Groningen is de verklaring ondertekend. En namens de hele Nederlandse aanvoersector: de Redersvereniging voor de Zeevisserij, de Nederlandse Vissersbond en VisNed, allen aangesloten bij de European Fisheries Alliance (EUFA).

Wederzijdse toegang tot markt en wateren na Brexit

“Visserij is een van de weinige sectoren in Europa waar we een echte gemeenschappelijke bron delen: de zee waaruit duurzaam geoogst wordt. De toekomst van Britse en EU-vissers en de gemeenschappen die van die zee afhankelijk zijn, kennen een verwevenheid zoals geen ander. Toegang tot de Britse wateren is van cruciaal belang voor onze vissers. Net zo goed als toegang tot de Europese markt van cruciaal belang is voor de Britse vissers. Gezamenlijk koers houden is in het belang van duurzame en gezonde vis, de vissers, en onze visserijgemeenschappen” aldus Geert Post, wethouder van Urk en waarnemend voorzitter van het Bestuurlijk Platform Visserij in Nederland. Post was één van de gastsprekers tijdens de bijeenkomst.

Opkomen voor Nederlandse visserijbelangen

“Wij zijn de nieuwe coalitiepartners in Den Haag zeer erkentelijk dat zij deze onderlinge verwevenheid erkennen. In het regeerakkoord is vastgelegd dat Nederland in het kader van de Brexit-onderhandelingen opkomt voor de Nederlandse visserijbelangen. Met deze verklaring hopen wij dat ook andere lidstaten samen met Nederland hierbij optrekken”, aldus Gerard van Balsfoort, voorzitter van de EUFA en tevens woordvoerder namens de Nederlandse visserijsector.

Namens de Nederlandse visserijgemeenten waren de volgende  Nederlandse politici aanwezig: Maria Le Roy, Wethouder Economische Zaken Gemeente Harlingen: Arjen Verkaik, Wethouder Economische Zaken en Havens Gemeente Velsen, Geert Post, Wethouder Visserij, Economische Zaken en Onderwijs Gemeente Urk, en Jaap Bond, Gedeputeerde Provincie Noord Holland.

De verklaring van Santiago de Compostella is officieel gelanceerd met de ondertekening door Alberto Núñez Feijóo, president van de regionale overheid van Galicië. De verklaring is mede ondertekend door meer dan 65 visserijgemeenten afkomstig uit 7 Europese lidstaten. 

dinsdag, 03 oktober 2017

De Europese antivisserijlobby heeft een dubbel agenda!!!

De Europese antivisserijlobby heeft een dubbel agenda!!!   'OVERBEVISSING' is een misbruikte term 

Dat is wat de Bretoense filmmaakster Mathilde Jounot met een documentaire wil aantonen.

http://visserijnieuws.punt.nl/content/2017/09/Visserijdocumentaire-ontmaskert-Brusselse-NGOs-video 

Ze wilde aanvankelijk een film maken over overbevissing en ontdekt tijdens haar journalistiek reis dat het woord ‘overbevissing’ te pas en te onpas wordt gebruikt om vissers zwart te maken. Ze graaft steeds dieper in de intenties van bepaalde NGO’s en ontdekt stilaan grove leugens.

Ronduit onthullend is de film als Jounot de dubbele agenda’s blootlegt van organisaties als Het Wereld Natuur Fonds - en de bij ons relatief onbekende, maar in Brussel machtige (door The Rockefeller Foundation gesponsorde) Oceana-Europe en PEW-Europe. Onder het mom van natuurbescherming zijn die uit op het kleineren van de (Europese) visserij. Brice Lalonde (WWF-Frankrijk) wil alle wildvangst “zonder keurmerk verbieden” en vindt dat “de hele kustlijn kan worden toegekend aan aquacultuur.”

Vandaag lanceren Noordzeevissers de Nederlandstalige versie van de Franse documentaire ‘Oceanen; Stem van de Onzichtbaren’.

De onafhankelijk geproduceerde film die 56 minuten duurt en die je gerust kunt bekijken door te klikken op dit adres:

 

maandag, 18 september 2017

Grote drugsvondst op de Z.181. Stielbederf en een zware klap voor het imago van onze visserijsector

Uit het weekblad ‘Visserijnieuws:

Er kan niet meer ontkent worden dat Urk strijdt met een drugsprobleem!

z181.pngOp 10 juni heeft de Nederlandse Justitie 300 kilo cocaïne aangetroffen aan boord van de Z.181(Nederlands vaartuig onder Belgische vlag). Vijf personen zijn gearresteerd en voorgeleid aan de rechter-commissaris.

De FIOD had uit een lopend onderzoek informatie ontvangen dat de Z 181 vrijdagavond vanuit Harlingen was uitgevaren en op de Noordzee vermoedelijk verdovende middelen had opgepikt van een passerend containerschip. De Kustwacht traceerde de Z 181 en de kotter werd onder begeleiding van politie en Douane de haven van Harlingen binnengebracht.

De cocaïne was verpakt in pakketten verdeeld over 13 tassen. Ook vond de FIOD twee rugtassen met zendapparatuur, portofoons en een verrekijker aan boord. De tassen waarin de cocaïne was verpakt waren nog nat, en om sommige zaten touwen en haken. Alles wees er volgens de FIOD op dat ze niet lang daarvoor uit het water waren opgehaald.

Vijf personen werden gearresteerd en zijn in Amsterdam voorgeleid aan de rechter-commissaris, die heeft beslist dat de verdachten nog twee weken langer vastgehouden mogen worden.

De vier opvarenden, twee mannen uit Urk, een man uit Montenegro en een man uit Polen, zijn na de grote drugsvondst aangehouden. Vastgesteld is dat zij niet hebben gevist en binnen 24 uur na vertrek uit Harlingen alweer terug waren. Ook een derde man uit Urk, die zich na aankomst meldde als eigenaar, is aangehouden.

Onder leiding van het Landelijk Parket onderzoekt de FIOD de zaak verder. Het OM vindt het opmerkelijk dat de man uit Montenegro niet tot de gebruikelijke bemanning van het schip behoorde. De aangetroffen cocaïne vertegenwoordigt een straatwaarde van naar schatting 10 miljoen euro.

Het verder onderzoek is nog in volle gang. Inhoudelijk wordt deze drugzaak pas volgend jaar behandeld.

 

Gepost door aalmoezenier ter zee in Actualiteit, Apostolaat ter Zee, Bisdom Brugge, informatief, Pedagogisch, sociale problemen, zeevisserijsector | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

De Europese visserijnormen voor visquota in de Noordzee zijn niet haalbaar

naamloos.pngHet Europees Parlement heeft gestemd over meerjarige visserijquota voor de Noordzee, die overbevissing moeten tegengaan en de duurzame visserij moeten bevorden. CD&V en N-VA klagen dat het plan niet aangepast is aan de Vlaamse Noordzeevisserij en willen bijsturingen. Het gestemde meerjarenplan is niet definitief. Er worden nu onderhandelingen aangeknoopt met de lidstaten, waarna het parlement opnieuw mag stemmen over het bereikte compromis. 

Zowel CD&V als N-VA zijn koele minnaars van het meerjarenplan voor de Noordzee. Volgens Europarlementslid Tom Vandenkendelaere (CD&V) moet Vlaanderen gebruik kunnen maken van de voorziene uitzondering op de aanlandingsplicht. Die houdt in dat alle vissen die gevangen worden aan land moeten worden gebracht en dus niet mogen worden teruggegooid. "Te kleine vissen, commercieel oninteressante vangst en vis waarvoor de quota werden opgebruikt moeten nu aan land worden gebracht”, zo klinkt het. “In de praktijk betekent dit dat deze vissen allemaal worden vernietigd.”

Om van de uitzondering gebruik te kunnen maken, moet wetenschappelijk kunnen worden aangetoond dat de overlevingskans van de gevangen en vervolgens teruggegooide vis hoog is. Iets wat voor de vissen die door de Vlaamse Noorzeevissers gevangen worden het geval is, zegt Vandenkendelaere. "Het is belangrijk dat vissers en het Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO) verder gaan samenwerken zodat Vlaanderen snel een uitzondering op deze aanlandingsplicht kan bekomen."

Sander Loones (N-VA) heeft tegen het meerjarenplan voor de Noordzee gestemd. "Er wordt te weinig rekening gehouden met het karakter van onze Vlaamse visserij", vindt ook hij. "Er worden onhaalbare eisen gesteld aan onze gemengde visserij, waarbij op meerdere soorten tegelijk wordt gevist. Dat zou een extra klap zijn voor onze vissers, bovenop de onzekerheid van de brexit-onderhandelingen. En dat terwijl vele vissers nu al moeten afhaken."

Gepost door aalmoezenier ter zee in Apostolaat ter Zee, Bisdom Brugge, ecologie, Europese Gemeenschap,, informatief, sociale problemen, zeevisserijsector | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

donderdag, 27 juli 2017

De Britse regering stapt uit de visserij-conventie van 1964 voor de Brexit

maxresdefault.jpg

De Britse regering heeft zondag aangekondigd dat ze uit de conventie van Londen van 1964 over visserij stapt.
Dat internationaal akkoord verleent schepen uit onder meer België toegang tot een deel van de Britse territoriale wateren.
 
Voor Emiel Brouckaert, directeur van de Belgische Rederscentrale, is het sinds de uitslag van het Brexit-referendum duidelijk dat een dergelijke aankondiging er zat aan te komen. "Het gaat om de helft van onze omzet die zo getroffen kan worden", zegt hij. "We beseffen dat de visserij niet het belangrijkste thema is in de Brexit-onderhandelingen, maar zullen de komende dagen en weken van ons laten horen."
 
Naar de geest van de Brexit zal Londen dus uit het akkoord stappen. "Dit is een eerste historische stap naar een nieuw nationaal visserijbeleid nu we uit de Europese Unie stappen", verklaarde minister Michael Gove. "Dit betekent dat we voor de eerste keer in 50 jaar zullen kunnen beslissen wie toegang krijgt tot onze wateren." Het akkoord uit 1964, nog voor de Britse toetreding tot de EU in 1973, laat vissers uit Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Duitsland, Ierland en Nederland toe te vissen in de zone tussen 6 en 12 nautische mijl voor elkaars kusten. Het akkoord gaat verder dan de Europese regels, waarbij dit pas mogelijk is vanaf 12 nautische mijl.
 
Door het akkoord op te zeggen, kunnen vissers uit de vijf andere landen dus niet meer vissen in die zone voor de Britse kust. Anderzijds verliezen de Britse vissers dat recht voor de kust van de vijf andere landen. Maandag begon een twee jaar durende opzegperiode. De plannen van de Britse regering om het visserijverdrag van 1964 op te zeggen, komen niet bepaald als een verrassing voor de Rederscentrale. Directeur Emiel Brouckaert legt aan persagentschap Belga uit dat de helft van de omzet van de Belgische visserij op het spel staat. Volgens de Britten vingen Franse, Belgische, Duitse, Ierse en Nederlandse vissers in 2015 zowat 10.000 ton vis binnen 12 zeemijl.
 
Sinds de uitslag van het Brexit-referendum heeft de visserijsector over de landsgrenzen heen de handen in elkaar geslagen om het belang van de visserij duidelijk te maken aan de Brexit-onderhandelaars. De alliantie telt nu al acht leden, en met Portugal heeft zich onlangs een negende land aangediend. In een reactie aan onder meer Reuters heeft de Europese Commissie laten weten dat het "nota neemt" van de Britse beslissing. Tegelijk geeft de Commissie aan dat ze van mening is dat het verdrag vervangen werd door de Europese wetgeving.
 
Europarlementslid voor N-VA Sander Loones zegt dat de Britten het best niet al te hard spelen. De Britse visserijsector is immers sterk afhankelijk van de EU-markt. "Vis vangen is één iets, uw vis verkocht krijgen, is nog iets anders", zegt Loones. "Als de Britten hun vis aan ons willen blijven verkopen, ontketenen ze best geen nieuwe kabeljauw-of makreeloorlog". Ook diens collega Tom Vandenkendelaere, Europarlementslid voor CD&V, uitte reeds bij herhaling zijn bezorgdheid omtrent de impact van de Brexit op de visserijsector. "Zo goed als alle zeetong die op ons bord komt, is gevist in Britse wateren. De Brexit mag onze vissers niet extra straffen", laat hij via Twitter weten.

Gepost door aalmoezenier ter zee in Apostolaat ter Zee, Bisdom Brugge, informatief, Maritiem Onderwijs, Pedagogisch, sociale problemen, zeevisserijsector | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

De Noordzee is niet langer overbevist... door een streng quotabeleid en de afbouw van de vissersvloot.

De Internationale Raad voor Onderzoek naar de Zee (ICES), gevestigd in de Deense hoofdstad Kopenhagen, maakt elk jaar schattingen van de grootte van de bestanden van vooral commerciële vis. Dat gebeurt op basis van tellingen van vangsten door vissers, van vangsten op onderzoeksschepen en door de huidige aantallen te vergelijken met historische cijfers. Afhankelijk van de soort vis worden die metingen al decennialang uitgevoerd. De soort die al het langst geteld wordt, is de haring (sinds 1947). De bestanden van schelvis en stokvis worden pas sinds de jaren zeventig geteld.

Nog een belangrijk element dat meespeelt in het herstel van het visbestand in de Noordzee, is de afbouw van de vissersvloot. “In 1990 bestond de Belgische vissersvloot nog uit meer dan tweehonderd vissersvaartuigen, nu zijn er nog slechts zeventig”, zegt Hans Polet van onderzoeksinstituut ILVO. “Dezelfde evolutie zien we in Nederland, Denemarken en Engeland. Het is door de quota en de inkrimping van de vloot dat het visbestand zich zo goed kon herstellen en zo gezond is, en dat er nu meer vis kan worden opgehaald”, legt Polet uit.

De overbevissing begon, volgens Polet, vlak na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zeventig werd de haring overbevist. In 1947 zat er 4,9 miljard kilo haring in de Noordzee. Op het dieptepunt in 1977 ging het nog slechts om 103 miljoen kilo. Nu zit er opnieuw ruim 2 miljard kilo haring in de zee. In de jaren tachtig daalde vooral het kabeljauwbestand, en in de jaren negentig de pladijs. “Maar sinds de jaren negentig, met de invoering van de quota, heeft het visbestand zich langzaam hersteld”, zegt Polet.

“Er wordt nu echt wel aan duurzame visserij gedaan”, is Polet overtuigd. “De haring heeft zich iets minder goed hersteld, maar er wordt wel al twintig jaar duurzaam op gevist. Tong doet het ook zeer goed. Bij kabeljauw is het geen zaak van overbevissing, maar van klimaatverandering. Maar ook de kabeljauw is aan de beterhand.” Pladijs en stokvis maakten de grootste remonte. Terwijl er in 1957 350.000 ton pladijs in de Noordzee zat, is dat nu drie keer meer. 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende