donderdag, 23 november 2017

Het beleid over onze visserijsector in Vlaanderen

     Teveel vissen is niet duurzaam, te weinig vissen is niet rendabel.

 

Het overvalt me telkens dat, als je over de visserij spreekt met mensen die landinwaarts wonen en werken, hoeveel er notie hebben van de complexiteit van regelgeving waarmee onze reders en vissers tegenwoordig geconfronteerd worden. Als je aan velen vraagt vanwaar hun visje komt op hun bord, krijgt het het antwoord: ‘uit de supermarkt.

De romantiek van het naar zee trekken en vissen om ten brode is jammer genoeg aan het wegdeemsteren en dit in steeds versnellend tempo. .

 

Het Belgisch visserijbeleid staat niet op zichzelf. Het wordt bepaald door het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van de Europese Unie. Het is gericht op de instandhouding van de mariene biologische hulpbronnen, zoals vissoorten en schaal- en schelpdieren, en op het beheer van de Europese visserijvloot. Het doel van het Europees GVB is de milieuduurzaamheid op lange termijn in de visserij- en aquacultuuractiviteiten te waarborgen en te zorgen voor positieve economische en sociale effecten voor vissers en de aanpalende bedrijven die van de visvangst afhankelijk zijn kustgemeenschappen. Toch is er voor bepaalde vissoorten sprake van overbevissing. Daardoor komt het visbestand in gevaar, maar ook de visserijsector op vlak van productiviteit. Daarom legt het GVB vangstbeperkingen op om het visbestand op lange termijn in stand te houden. Verder legt het GVB vast in welke gebieden de visserij verboden is teneinde jonge vis en paaivis te beschermen en bepaalt het de normen voor vistuig en de minimumgrootte van gevangen vis. Het is uiteindelijk de Raad van de Europese Unie die, op grond van cijfers en aanbevelingen van de wetenschappers, de vangstmogelijkheden vastlegt evenals de totaal toegestane vangsten (TAC), naargelang de toestand en de productiviteit van de visbestanden. De Totaal Toegestane vangsten worden dan verdeeld. Elke betrokken lidstaat bekomt nationale quota.

 

Doelstellingen voor België

In 1994 kwam er een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten. Het Vlaams Gewest (nogal logisch) is exclusief bevoegd voor zeevisserij. In het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt alleen de sportieve visserij en zoetwatervisteelt (vooral forel) beoefend.

De Belgische vloot werd de afgelopen jaren sterk afgebouwd om de capaciteit (motorvermogen en tonnage) aan te passen aan de vangstmogelijkheden en de rendabiliteit van de sector te verbeteren. België heeft op die manier zijn bijdrage geleverd aan de vermindering van de overcapaciteit van de Europese vloot. De Belgische vloot bestaat uit 65 vaartuigen (waarvan een dertigtal aangekocht en dus eigendom van Nederlanders.  Nederlandse eigendom)die meestal boomkorren gebruiken die geschikt zijn voor de vangst van platvis (tong, schol, tarbot, pladijs…). Uitgedrukt in marktwaarde is tong goed voor een 50% van de totale aanvoer van de Belgische vloot. Verder bestaat de aanvoer uit kabeljauw en 15% schaal- en schelpdieren, vooral garnalen en sint-jakobsschelpen.

 

De visserijgebieden in België bevinden zich voornamelijk in de Noordzee, in het Kanaal, in de Ierse Zee, in de Keltische Zee en (in mindere mate) in de Golf van Biskaje. De totale aanvoer bedraagt ongeveer 20.000 ton. De vangsten worden in België voor het leeuwendeel gelost in de havens van Zeebrugge (55%) en Oostende (25%), de rest voornamelijk in Nederland (15%).

Met de hervorming van het GVB in 2014 zijn er begrenzingen vastgelegd van de vangst hoeveelheden om de soorten te beschermen tegen uitroeiing of mooier gezegd, overbevissing.

Tussen 2015 en 2020 moet de duurzaamheid van alle vissoorten geleidelijk worden bereikt. Men noemt dit een maximale duurzame opbrengst (MDO) . Teveel vissen is niet duurzaam, te weinig vissen is niet rendabel. De MDO is het beste instrument om de visserij zowel duurzaam als rendabel te maken.

Een andere verworvenheid van de hervorming van het GVB is de geleidelijke afschaffing van de teruggooi in zee, die erin bestaat ongewenste bijvangsten overboord te gooien. Het verbod op teruggooi gaat samen met de invoering van de aanlandingsverplichting van de gevangen vis. Het is immers zo dat ongeveer 25% van de gevangen vis wordt teruggegooid, maar dat hun overlevingskans zeer klein is (wat onze vissers ontkennen. Bijvangsten kunnen bestaan uit vissen van te kleine afmetingen of uit soorten waarvan de vangst verboden is of waarvoor vangstbeperkingen gelden. Om dit soort verspilling tegen te gaan, wordt tussen 2015 en 2019 de verplichting ingevoerd om alle gevangen vis aan land te brengen, behalve wanneer het soorten betreft waarvan de vangst verboden is en de soorten worden gekenmerkt door een hoge overlevingskans na de teruggooi. Op basis van de vaststelling dat een bepaald percentage teruggooi onvermijdelijk is, is België voorstander van de ontwikkeling van selectievere vistuigen en de toepassing van vistechnieken waarbij teruggooi zoveel mogelijk beperkt blijft.

Daarenboven heeft België recht op middelen uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij dat voor de periode 2014-2020 over een budget van 6,4 miljard euro beschikt. Met deze middelen kan ons land jonge reders en aquacultuurproducenten helpen en de toepassing van alternatieve en milieuvriendelijke vistechnieken stimuleren.

Op internationaal niveau steunt België het engagement van de Europese Unie om Illegale, Onaangegeven en Ongereglementeerde visserij (IOO) te bestrijden.

IOO-visserij vormt een ernstige bedreiging voor de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in oceanen en zeeën overal ter wereld en heeft ook ernstige nadelige gevolgen op sociaal en economisch gebied voor vissers die zich wel aan de regels houden. IOO-visserij vormt naar schatting 15% van de visvangst wereldwijd. De Europese Unie publiceert ook een zwarte lijst van vaartuigen en niet-meewerkende landen en legt sancties op aan overtreders.

Moge bovenstaande info wat meer inzicht bieden wat onze vissers beogen en waarmee ze af te rekenen hebben... als wat Europa oplegt realistisch is.

dinsdag, 14 november 2017

WFD - 2017 - Nieuwpoort .....................SAVE THE DATE 21 november 2017

 

World Fisheries Day 2017

Belgium 21 november 

 

affiche worldfisheries day 2017.jpg

741.000 euro Vlaams geld voor onderzoek naar duurzame netten voor ons vissers.

Vlaams minister van Visserij Joke Schauvliege trekt 741.000 euro uit voor onderzoek naar duurzame netten, het zogenaamde combituig dat vooral de bijvangst moet terugdringen. De sector had daar zelf om gevraagd en reageert tevreden. Het combituig, een hoogtechnologisch werktuig dat ongewenste vissen uit de netten kan laten ontsnappen, kan de brandstofkosten drukken, de zeebodem minder beschadigen, en daarnaast wordt ook de bijvangst teruggedrongen. 

10-1200x400_c.jpg

De Vlaamse regering voorziet 741.000 euro voor onderzoek dat de visvangst duurzamer moet maken. "Vanuit de sector nemen we heel wat initiatieven om de milieu-impact te verkleinen”, aldus Emiel Brouckaert, directeur van de Rederscentrale. “Onderzoek naar het combituig hebben we zelf gevraagd. Een aantal technieken zijn nog onvoldoende wetenschappelijk onderzocht en beschreven, waaronder deze methode.”

Het combituig, een hoogtechnologisch werktuig dat ongewenste vissen uit de netten kan laten ontsnappen of zelfs kan vermijden dat ze daar belanden, kan drie voordelen hebben. Enerzijds kan het de brandstofkosten drukken en dus ook de uitstoot, anderzijds wordt de algemene impact op het ecosysteem verkleind doordat onder meer de bodem minder beschadigd wordt en bovendien wordt ook de bijvangst teruggedrongen. Ongewenste bijvangst moet namelijk weer overboord gegooid worden.

"Het onderzoek is specifiek bedoeld voor de Vlaamse visserij en de Vlaamse visgronden", zegt Bouckaert. "Als de resultaten van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderoek (ILVO) goed zijn, dan hoeft dat niet noodzakelijk een grote kost te betekenen voor onze vloot. Mits enkele kleine aanpassingen kan de methode al toegepast worden. Bovendien hebben vissers nu al tuig om gericht te vissen op bepaalde vissoorten, dit kan er dan bij komen." 

woensdag, 08 november 2017

De Vlaamse visserijsector krijgt door de quotavoorstellen van de EU goed nieuws!!!

Visbakken.jpgDe Europese Commissie heeft haar voorstellen voor de visvangst in de Atlantische Oceaan en de Noordzee voor volgend jaar gepresenteerd. Daaruit blijkt dat de Commissie onder meer de vangstquota voor verscheidene tongbestanden wil optrekken. Voor de Vlaamse visserijsector, die een flink deel van de omzet uit tong haalt, lijken die voorstellen op het eerste zicht dan ook gunstig nieuws. Een definitieve beslissing valt er na de Visserijraad van 11 en 12 december.

De jaarlijkse Europese vangstquota moeten ervoor zorgen dat vissers voldoende vis kunnen bovenhalen zonder de duurzaamheid van de visbestanden in gevaar te brengen. Volgens de Commissie zijn een aantal van die belangrijke visbestanden aan de beterhand. Zo nemen de tongbestanden in de Noordzee bijvoorbeeld opnieuw in omvang toe. Het maakt dat de Commissie kan voorstellen om de toegestane vangstmogelijkheden voor een aantal bestanden te verhogen. Dat geldt met name in het oostelijke deel van het Kanaal en in de Golf van Biskaje.

In totaal verhoogt de Commissie de quota voor 19 visbestanden, waaronder ook langoustine in de Noordzee en een aantal scholbestanden. Voor 14 bestanden blijven de vangstmogelijkheden stabiel ten opzichte van vorig jaar en voor 25 bestanden wordt het plafond verlaagd. Het gaat dan onder meer over schol in de Keltische Zee. De visserij op aal wordt zelfs helemaal verboden, omwille van de penibele toestand van het bestand. Later dit jaar zal de Commissie ook nog aanvullende quota voorstellen voor die vissers die onder de aanlandingsplicht vallen.

Op 11 en 12 december komen de Europese ministers in Brussel bijeen om de laatste, vaak nachtelijke onderhandelingen over de quota te voeren. De Europese Unie heeft zich tot doel gesteld dat tegen 2020 alle visbestanden op een duurzaam niveau bevist moeten worden.  

dinsdag, 07 november 2017

Menen ze dat nu echt of is het onzin: vissen moeten we verdoven voor we ze doodmaken!!!

Houdt het dan nooit op met die onzin?

 Mogen wij nog wel vis eten? Als het van de radicale dierenrechtenclub zou afhangen in geen geval. Deze mensen willen  dat alle vissen voortaan worden verdoofd voordat we ze doodmaken, in de pan gooien en oppeuzelen. Ja, echt. Vissen lijden pijn volgens die club met de naam ‘Wakker Dier’, en daarom mogen visverwerkers die zielige wilde vissen en kweekvissen niet zomaar doodmaken zonder verdoving.

In het Nederlands dagblad De Telegraaf van vandaag 7/11/17 staat te lezen:

“Wetenschappers hebben ontdekt dat vissen pijn, angst en stress kunnen voelen”, betoogt campagneleider Sjoerd van de Wouw van de dierenorganisatie. “Maak ze daarom fatsoenlijk dood! Vissen kunnen immers niet schreeuwen zoals wij kunnen. De politiek grijpt niet in en daarom doet de sector ook niets. Kweekvis als zalm en paling wordt vaak al door een stroomstoot gedood. Wij vinden dat dat nu ook moet gaan gelden voor alle andere vissoorten.”

Volgens Wakker Dier reageren dode vissen soms nog een uur op pijnprikkels. “En daarom moeten de vissen per direct worden verdoofd.” Het is me wat. Zouden ze bij Wakker Dier weleens naar China zijn geweest? Of een willekeurig ander land op de wereld? Mensen vangen vissen, maken ze dood op de manier die het meest effectief is en verkopen ze dan voor consumptie. Doen we praktisch de hele mensheid al zo.

De visfederatie reageert:

Denken ze nou echt dat de Nederlandse visserswereld zit te wachten op een verplichte verdoving, die klauwen met geld gaat kosten (waardoor niemand nog vis zal kunnen eten in ons land)? Nee, daar zitten ze absoluut niet op te wachten. En terecht. Volgens Guus Pastoor van de Visfederatie is er helemaal geen eenduidig wetenschappelijk bewijs dat er sprake is van ondraaglijk lijden bij vissen. “Sterker nog, het is niet eens duidelijk in welke mate er sprake is van pijn.” En Gerard van Balsfoort uit de visserswereld zegt tegen de krant:

“Wij mogen dit jaar namelijk 80.000 ton haring vangen, dat is ons quotum. Dan hebben we het hier dus over honderden miljoenen van die visjes, die wij stuk voor stuk moeten gaan verdoven? Dat is zo’n arbeidsintensieve en daarmee dure maatregel, dat de vis voor de klant onbetaalbaar wordt. En dat lijkt me niet wenselijk. Ik zie het daarom niet gebeuren.”

Wakker Dier begint meer en meer een verlengstuk van de dierengekkies van de Dierenpartij te worden. Ze streven een vlees- en visloze samenleving na door keihard te lobbyen voor de meest bizarre regeltjes, net zolang tot een linkse minister of staatssecretaris een keer buigt voor de druk. Dan zitten wij met de gebakken peren.

Gepost door aalmoezenier ter zee in Actualiteit, Bisdom Brugge, informatief, zeevisserijsector | Permalink | Commentaren (0) |  Print |  Facebook | | | | |

vrijdag, 03 november 2017

Hoe zit het nu eigenlijk!!! Zijn sleepnetten nu goed of slecht voor de visvangst???

Het aantal dieren in de Noordzee is de afgelopen 25 jaar flink achteruitgegaan, zo blijkt uit een rapport van het Wereld Natuur Fonds over biodiversiteit (periode 1990-2015), waarvoor het Nederlandse statistisch instituut CBS berekeningen heeft gedaan. De daling is vooral te wijten aan de teruggang van het zeebodemleven, zoals schelpdieren, kreeftachtigen en zee-egels, dat te lijden had van de boomkorvisserij. Het aantal zeevissen en zeevogels veranderde in deze periode niet of nauwelijks.

De ongeveer 140 soorten dieren die in de Noordzee voorkomen zijn gemiddeld met meer dan 30 procent afgenomen, zo blijkt uit het rapport. De afname komt voor een belangrijk deel op het conto van de boomkorvisserij. Deze methode, waarbij sleepnetten met kettingen over de zeebodem worden getrokken, is weliswaar op zijn retour, maar er is er nog geen herstel. Een andere belangrijke oorzaak is de klimaatverandering, waardoor opgroeiende vissen op jongere leeftijd wegtrekken.

boomkorvisserij1.jpg

In Belgische wateren vist het gros van de vissersvloot met de boomkor. Gezien de impact ervan op het bodemleven en het hoge brandstofgebruik, wordt er gezocht naar alternatieven. Eén daarvan is pulsvissen. Daarbij wordt het schrikeffect van de kettingen vervangen door elektrische stimulatie door elektrodes die in de netopening gehangen worden. Deze produceren elektrische pulsen die een garnaal doet opspringen of tong doet verkrampen waardoor deze ook zonder kettingen gevangen kunnen worden. Dit resulteert in een vermindering van bijvangst, bodemimpact en brandstofverbruik. In de Noordzee maken al bijna 100 vaartuigen, voornamelijk Nederlandse, gebruik van elektrische stimulatie.

In de Oosterschelde en Westerschelde is het beeld anders dan in de Noordzee. Daar boekte het dierenleven over de hele linie een lichte vooruitgang. In de Waddenzee, waar de mechanische kokkelvisserij is gestopt, en aan de kust is geen sprake van achteruitgang. De toename van de bruinvis in het Nederlandse deel van de Noordzee komt vooral doordat ecosystemen elders veranderen.

De klimaatverandering heeft een groot impact op de Belgische tongpopulatie!

Door de opwarming van de aarde zullen in sommige gebieden in de Noordzee meer larven van de tong aankomen. Er zijn echter lokale verschillen. Zo zal er een sterke afname zijn van het aantal larven in de Belgische gebieden. Nochtans is de tong een zeer belangrijke vissoort voor de Belgische visserij. Dat blijkt uit een studie van de KU Leuven en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

De tong is een platvis met een hoge economische waarde. Volgens het KBIN was de vis de voorbije jaren goed voor 40 procent van de jaarlijkse winst van de Belgische visserij, en is hij daardoor onderhevig aan een sterke visserijdruk. “Om de bestanden van deze soort duurzaam te beheren, is het niet enkel nodig de visserijdruk op te volgen, maar ook om de impact van klimaatverandering op de talrijkheid en verspreiding van tong in rekening te nemen”, zeggen de onderzoekers.

images.jpgTongeieren en larven drijven passief mee met zeestromingen, tot de larven zich vestigen in hun kinderkamers, de zandige moddergebieden met diepte van minder dan 20 meter. Onderzoekers van het KBIN en de KU Leuven bestudeerden de effecten van klimaatverandering op de verspreiding van tonglarven, met focus op de Noordzee. Ze ontwikkelden een model, dat toelaat de verspreiding van tonglarven onder verschillende scenario's van wijzigende watertemperatuur, windrichting en windkracht te simuleren.

"De resultaten tonen aan dat opwarming van het water met twee graden Celsius tegen 2040 zou leiden tot vroeger kuit schieten. Dat zou op zijn beurt de gemiddelde temperatuur die de larven ondervinden, doen afnemen met 9 procent in vergelijking met de huidige situatie" zegt Geneviève Lacroix, hoofdauteur van de studie. "Dit zou de gemiddelde duur van het larvale stadium doen toenemen (+22%), alsook de afstand die de larven afleggen met de zeestromingen (+70%)."

larven_tong.jpg

De studie illustreert verder dat het aantal larven dat zich succesvol kan vestigen, zou toenemen met 9 procent in de hele Noordzee, maar met sterke verschillen tussen de kinderkamers. Voor de Belgische kinderkamers wordt een afname van 58 procent voorspeld, terwijl wordt berekend dat 36 procent meer tonglarven zich zullen vestigen in de Nederlandse kinderkamers.

Europese vissers vrezen dat de Britse wateren na de brexit voor hen gesloten worden.

 

Naamlos.pngVissers uit negen Europese landen die gebruikmaken van de Britse wateren hebben een verklaring ondertekend die de visserij hoog op de agenda moet plaatsen tijdens de onderhandelingen over het Britse vertrek uit de Europese Unie. Zij vrezen immers dat zij na de brexit geen toegang meer zullen krijgen tot de Britse wateren. De negen landen verenigden zich in het platform EUFA (European Fisheries Alliance). Nederland en België zijn voortrekkers van het project.

Volgens de visserijconventie van 1964 mogen Europese vissers binnen zes tot twaalf mijl van de Britse kust vissen. Sinds Groot-Brittannië beslist heeft om zich terug te trekken uit de EU, liet de Britse regering verstaan dat het deze conventie wil beëindigen. Er gaan stemmen op om de Britse wateren af te sluiten voor vissers uit andere landen tot 200 mijl buiten de kust. Als de conventie van 1964 wordt stopgezet, betekent dit ook dat de Britten zelf het recht verliezen om binnen twaalf mijl van de Europese kust te vissen.

Als de Britse wateren na de brexit gesloten blijven voor andere Europese vissers, dan kan dat wel belangrijke gevolgen hebben voor de visserij, niet in het minst voor België. Tussen 2006 en 2015 kwam ongeveer 52 procent van de Belgische vangst uit Britse wateren, goed voor zelfs 59 procent van de omzet. Dat komt omdat er vooral op tong wordt gevist, dat algemeen genomen veel opbrengt.

De gemeenten Urk en Brugge namen daarom het initiatief om samen iets op touw te zetten met de Nederlandse en Belgische havens en vissers, maar dat mondde uiteindelijk uit in EUFA, dat negen Europese landen verenigt. Er werd ook een verklaring opgesteld die afgelopen maandag in het Spaanse Santiago de Compostela werd ondertekend. EUFA en die verklaring moeten de belangen van de visserij behartigen tijdens de onderhandelingen. Meer dan 60 lokale en regionale overheden sloten zich al aan bij die verklaring, waaronder West-Vlaanderen, Nieuwpoort, Zeebrugge, Oostende en Knokke-Heist. De verklaring wordt ook gestuurd naar bevoegd Vlaams minister Joke Schauvliege, samen met een symbolische geknoopte zanddoek.

Volgens de rederscentrale gaan overal stemmen op, ook in Groot-Brittannië, om te opteren voor een "zachte Brexit", maar toch blijft de centrale op haar hoede. "Als de Britse wateren volledig afgesloten worden, dan kan dat nefast zijn voor de Belgische visserij, maar we gaan voorlopig niet uit van een 'worst case scenario'", aldus Emiel Brouckaert van de Rederscentrale. Voorlopig is visserij nog geen item op de onderhandelingstafel, maar de sector wil klaar zijn tegen de start van die onderhandelingen over de relaties met Groot-Brittannië na de brexit eind maart 2019. 

woensdag, 25 oktober 2017

Europese kustgemeenten slaan handen ineen voor toekomst visserij na Brexit

23 oktober 2017

En de Belgische kustgemeenten???

spanje_santiago_de_compostella_pelgrims.jpgVertegenwoordigers van lokale visserijgemeenten en visserijorganisaties uit heel West Europa hebben een gezamenlijke oproep gedaan aan de Europese Commissie en de lidstaten. In hun ‘Declaration of European Fishing Communities’ roepen zij op om de maatschappelijke en economische toekomst van vissers en visserijgemeenten veilig te stellen na de Brexit.

naamloos.png

De officiële tekst van de Verklaring van Santiago de Compostella is te vinden op https://fisheriesalliance.eu

Op maandag 23 oktober is deze oproep ondertekend in Santiago de Compostella, waar de bestuurders op uitnodiging van de regionale overheid van Galicië en de EUFA zijn bijeengekomen. Daaronder zijn vertegenwoordigers uit België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Nederland, Spanje en Zweden. Zij benadrukken het belang van een gemeenschappelijk visserijbeheer ook na Brexit.

 

Declaratie van Europese visserijgemeenschappen

De declaratie van Europese visserijgemeenschappen is vanuit Nederland ondertekend door de gemeenten Sluis, Harlingen, Vlissingen, Middelburg, Goeree Overflakkee, Den Haag, Katwijk, Velsen, Den Helder, Hollands Kroon, Schouwen-Duiveland, Texel, De Marne en Urk. Ook door de provincies Zeeland, Noord-Holland, Flevoland en Groningen is de verklaring ondertekend. En namens de hele Nederlandse aanvoersector: de Redersvereniging voor de Zeevisserij, de Nederlandse Vissersbond en VisNed, allen aangesloten bij de European Fisheries Alliance (EUFA).

Wederzijdse toegang tot markt en wateren na Brexit

“Visserij is een van de weinige sectoren in Europa waar we een echte gemeenschappelijke bron delen: de zee waaruit duurzaam geoogst wordt. De toekomst van Britse en EU-vissers en de gemeenschappen die van die zee afhankelijk zijn, kennen een verwevenheid zoals geen ander. Toegang tot de Britse wateren is van cruciaal belang voor onze vissers. Net zo goed als toegang tot de Europese markt van cruciaal belang is voor de Britse vissers. Gezamenlijk koers houden is in het belang van duurzame en gezonde vis, de vissers, en onze visserijgemeenschappen” aldus Geert Post, wethouder van Urk en waarnemend voorzitter van het Bestuurlijk Platform Visserij in Nederland. Post was één van de gastsprekers tijdens de bijeenkomst.

Opkomen voor Nederlandse visserijbelangen

“Wij zijn de nieuwe coalitiepartners in Den Haag zeer erkentelijk dat zij deze onderlinge verwevenheid erkennen. In het regeerakkoord is vastgelegd dat Nederland in het kader van de Brexit-onderhandelingen opkomt voor de Nederlandse visserijbelangen. Met deze verklaring hopen wij dat ook andere lidstaten samen met Nederland hierbij optrekken”, aldus Gerard van Balsfoort, voorzitter van de EUFA en tevens woordvoerder namens de Nederlandse visserijsector.

Namens de Nederlandse visserijgemeenten waren de volgende  Nederlandse politici aanwezig: Maria Le Roy, Wethouder Economische Zaken Gemeente Harlingen: Arjen Verkaik, Wethouder Economische Zaken en Havens Gemeente Velsen, Geert Post, Wethouder Visserij, Economische Zaken en Onderwijs Gemeente Urk, en Jaap Bond, Gedeputeerde Provincie Noord Holland.

De verklaring van Santiago de Compostella is officieel gelanceerd met de ondertekening door Alberto Núñez Feijóo, president van de regionale overheid van Galicië. De verklaring is mede ondertekend door meer dan 65 visserijgemeenten afkomstig uit 7 Europese lidstaten. 

dinsdag, 17 oktober 2017

Vissers raken soms hun beste visgronden kwijt en de kans op aanvaringen neemt toe als men veel windmolens plaatst in zee

 

Een Nederlandse visser vertelt…

De Noordzee is een visvijver die versteld doet staan. Wij vissen er jaar in, jaar uit en telkens zwemt er vis. De Noordzee heeft ons nog nooit in de steek gelaten! Het is zo’n beetje de visrijkste zee ter wereld.

Tijdens de Noordzeedagen 2017, op 5 en 6 oktober in de Hogere Zeevaartschool in Den Helder, bogen zo’n 200 beleidsmakers, wetenschappers, natuurbeschermers en vertegenwoordigers van de windindustrie zich over het toekomstige Noordzeebeleid. Zij willen allemaal iets met de Noordzee: bewerken, beheren, onderzoeken, beschermen...

Deze zee is algemeen eigendom en eigenlijk mag niemand er claims op leggen. Wie de juiste vergunning heeft, mag er vissen. De handelsvaart krijgt er de ruimte en we accepteren de olie- en gasindustrie. Fossiele brandstof is vervuilend, maar bracht de Nederlandse bevolking veel welvaart. Dat wordt weleens vergeten.

In het Parijsakkoord is vastgelegd dat onze CO2-uitstoot omlaag moet (dat is terecht) en dat er meer schone energie bij moet komen. Over hernieuwbare energie ben ik echter sceptisch. Levert die wel efficiënte stroom tegen reële kosten? En wie wil er een windmolen in zijn tuin? Liever bij de buurman, toch?

Aeolus-plaatst-laatste-windmolen-in-Gemini-Offshore-windpark-Foto-Gemini-Windpark.jpg

Windmolens

Wie de natuur misbruikt, krijgt de rekening gepresenteerd. Imploderende visbestanden zijn bijvoorbeeld het gevolg. Daarom volgen wij als vissers de wetenschappelijke vangstadviezen. Daarom is de Noordzee nog altijd een rijke zee waarin de haring-, makreel- en scholbestanden de pan uit rijzen. Het gaat ook goed met de kabeljauw, al zit die wat noordelijker. In de Noordzee worden zelfs volop tonijnen, dolfijnen, walvissen en zeehonden waargenomen. Simpelweg omdat er voedsel genoeg is, als gevolg van een goede balans tussen visserij- en natuurinspanningen.

We weten nog te weinig van de invloed van megawindmolenparken op de natuur, terwijl er al jaren proefwindparken op zee staan. Niettemin is het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) voorstander van het industrialiseren van de Noordzee, omdat die toch al leeggevist zou zijn, zo klonk het tijdens de Noordzeedagen. Zelfs de laatste stenen zouden door vissers meegenomen zijn, om als decoratie te dienen.

Nog verbazingwekkender was de opmerking dat windmolenparken op zee geoorloofd zijn omdat er dan, met geld van de windmolenindustrie, ook een ”nieuwe Noordzee” gemaakt kan worden. De bedenkers van ”maakbare natuur” benoemden zelfs al de vissoorten die ze voor ogen hebben, alsof de Noordzee een bouwpakket is. Het gaat daarentegen om een zeer dynamisch systeem met eigen wetten. De zee doet wat hij wil. Misschien moet je visser zijn om dat te kunnen begrijpen.

Elektrisch veld

Bij de workshop ”Voedselvoorziening kottervisserij” bleek ik de enige deelnemer te zijn die op de Noordzee werkzaam is. Ik lééf ervan! Maar de andere deelnemers zouden toch wel begrijpen dat het voedsel uit de Noordzee belangrijker is dan energie? Vis is nog een van de weinige pure vormen van voedsel. Vers en zonder toevoegingen.

Het viel mij op dat natuurorganisaties het volledig volbouwen van de Noordzee met windmolens niet echt toejuichen. Zelfs deelnemers van het Wereld Natuur Fonds en de Stichting Noordzee zeiden gelukkig dat er ruimte moet blijven voor visserij. Het is ook krom wanneer je het als natuurbeschermer goed vindt dat een stuk natuur wordt volgebouwd met stalen trilpalen, die gehakt maken van vogels, een elektrisch veld op de zeebodem leggen, geluidsoverlast veroorzaken, en dan toch ”duurzaam” heten omdat ze windenergie leveren.

Moet er ruimte blijven voor de visserij? Natuurlijk, zeiden de andere deelnemers. Maar hoe? Tussen de windmolens?

Bodemvisserij tussen de windmolens is te gevaarlijk en te riskant. Dat vinden de vissers ook. Daardoor kunnen windmolenparken beschadigd raken. Kleinschalige kweek van zeewier, krabben en mossels zou kunnen lukken, maar is daar wel een markt voor?

Beste visgronden

Ik vroeg de andere deelnemers of ze enig idee hadden van de gevolgen van windparken voor de visserij. Wat betekent het voor een visser als hij op maandag op zijn beste visstekje komt en de schipper van een wachtschip geeft aan: „Dit is nu windgebied, gesloten voor de visserij!”

Dat overkwam ons bij het nog aan te leggen Borsele Windpark, terwijl wij daar in februari en maart met de vangst van tong nog een goede boterham konden verdienen. De vissers uit Goedereede verliezen daar nu hun beste visgronden. Dat gebiedje is namelijk zo dynamisch en voedselrijk!

Verbannen en machteloos voel je je dan. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? De energietransitie gaat als een olifant door de porseleinkast die Noordzee heet, niets en niemand ontziend.

Trouwens, is een Noordzee met windmolenparken nog wel veilig? De manoeuvreerruimte voor de grote scheepvaart wordt kleiner, de kans dat een windmolen wordt aangevaren door een olietanker steeds groter. En tijdens een storm moet je wellicht met je kleine kotter omvaren, omdat een rechte vaarweg naar de veilige haven wordt geblokkeerd door windmolens.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende